Categorie: Financiele Gevolgen Scheiding

letselschadevergoeding delen bij echtscheiding?

Moet je een letselschadevergoeding delen als je gaat scheiden?

Uitgangspunt bij een huwelijk in gemeenschap van goederen is de gelijke verdeling van alle bezittingen en schulden. In feite vloeit het vermogen samen tot één gezamenlijk vermogen.

Verknochte goederen vallen buiten gemeenschap

Op deze belangrijke hoofdregel bestaat een belangrijke uitzondering: de zogenaamde verknochte goederen. Zaken die op een zeer persoonlijke wijze aan een van beide echtgenoten verbonden zijn, hoeven mogelijk niet verdeeld te worden bij een echtscheiding. Of deze situatie zich voordoet zal een rechter van geval tot geval bekijken.

letselschade scheiding

Is een letselschade uitkering verknocht?

Als een van de echtgenoten een schadevergoeding ontvangt, is niet automatisch sprake van verknochtheid. De echtgenoot die zich op verknochtheid beroept, zal ten minste (tevens) moeten stellen op welke schade(n) de vergoeding betrekking heeft. De rechter zal vervolgens vaststellen of, en zo ja in hoeverre, de schadevergoeding niet verdeeld hoeft te worden.

Als je gaat scheiden, let er dan goed op dat je moet aantonen op welke schade de schadevergoeding ziet. Gebleken is dat smartengeld en toekomstige (inkomens)schade verknocht kunnen zijn aan de persoon, mits de schadevergoeding nog te identificeren en aanwezig is.

Tip: schrijf een letselschade uitkering bij op een aparte rekening waarover men een aparte administratie voert. Na het verstrijken van de tijd kan dan worden vastgesteld dat het wat deze geldsom betreft om een letselschade uitkering ging. Verknochtheid kan dan eerder worden aangenomen.

Advies

Wilt u advies over dit onderwerp? Bel dan gerust met onze letselschade advocaat in Hoorn op 0229-295477 of mail: info@vzbadvocaten.nl

scheiding advocaat Hoorn

scheiding advocaat Enkhuizen

scheiding advocaat Den Helder

scheiding advocaat Waterland

scheiding advocaat Volendam

Facebooktwittermail

Minder lang partneralimentatie betalen

Voor partneralimentatie gelden de volgende wettelijke termijnen:

  • maximaal 12 jaar voor een huwelijk met kinderen;
  • maximaal 12 jaar voor een huwelijk zonder kinderen als het huwelijk langer duurde dan 5 jaar;
  •  Zolang als het huwelijk duurde bij een huwelijk korter dan 5 jaar zonder kinderen.

Na de wettelijke termijn stopt de betalingsverplichting automatisch.

Minder lang alimentatie betalen

De afgelopen maand zijn er door het Gerechtshof Den Haag twee uitspraken gedaan, waarin is geoordeeld dat de vrouw recht heeft op drie jaar alimentatie in plaats van op de wettelijke termijn van 12 jaar. De man diende dus minder lang partneralimentatie te betalen.

Partneralimentatie advocaat

Redenen minder lang partneralimentatie betalen

De redenen die het Gerechtshof gaf voor het verkorten van de duur van de partneralimentatie waren o.a.:

  • de opleiding van de vrouw
  • haar ruime werkervaring
  • het huwelijk van partijen dat kinderloos is gebleven
  • de omstandigheid dat de vrouw niet meer de intensieve zorg heeft voor haar zoon uit een eerdere relatie
  • de relatief jonge leeftijd van de vrouw (46 jaar)
  • het relatief korte huwelijk van partijen

Klik hier voor de eerst uitspraak

klik hier voor de tweede uitspraak

Vrijblijvend advies over partneralimentatie?

voor vragen of advies kunt u altijd vrijblijvend contact opnemen met een van onze gespecialiseerde advocaten op 0229-295477 of per email op info@vzbadvocaten.nl

alimentatie advocaat Hoorn

alimentatie advocaat Alkmaar

alimentatie advocaat Volendam

alimentatie advocaat Enkhuizen

alimentatie advocaat Stede Broec

Facebooktwittermail

Woonlasten en kinderalimentatie

Met welke woonlast wordt rekening gehouden bij het bereken van de kinderalimentatie?

forfaitair rekensysteem bij kinderalimentatie

In de rechtspraak is met betrekking tot de berekening van kinderalimentatie gekozen voor een forfaitair rekensysteem voor wat betreft de woonlasten waarmee rekening gehouden wordt. De achterliggende reden hiervoor is onder meer het voorkomen van discussie over de hoogte van de bedragen waarmee gerekend dient te worden.

Uitgangspunt is dat bij de berekening van kinderalimentatie gerekend wordt met een woonlast van 30% van het netto inkomen. Er wordt bij kinderalimentatie dan dus geen rekening gehouden met de werkelijke woonlasten, maar met een fictief bedrag per maand.

Hierbij is wel van belang dat kinderalimentatie maatschappelijk gezien een zeer hoge prioriteit heeft en dat bij de vaststelling van kinderalimentatie in beginsel rekening gehouden dient te worden met alle feiten en omstandigheden van het geval.

woonlast en kinderalimentatie

Gerechtshof Den Haag; werkelijke woonlast bij berekenen kinderalimentatie

Gerechtshof Den Haag hield onlangs geen rekening met de forfaitaire woonlasten, maar met de werkelijke woonlasten. Het hof bepaalde daar dat de werkelijke woonlast aanzienlijk lager was dan de forfaitaire woonlast, zodat het in het kader van de kinderalimentatie rekening was om de werkelijke (lagere) woonlast rekening te houden.

Voor de hele uitspraak van het Hof Den Haag: klik hier

Vlaar-Zillikens-Bosch-Advocaten-Hoorn-Volendam-

advocaat alimentatie Hoorn

advocaat alimentatie Alkmaar

Facebooktwittermail

Herziening wet partneralimentatie nog ver weg?

Herziening partneralimentatie?

De Raad van State heeft haar langverwachte advies uitgebracht over het wetsvoorstel Herziening Partneralimentatie. Hierin is bezorgdheid geuit over de voorgenomen plannen om partneralimentatie op een andere wijze te berekenen en de duur van de partneralimentatie te verkorten.

herziening partneralimentatie

De Raad van state is niet positief over het huidige wetsvoorstel

De Raad van State concludeert onder meer:

,,Uit onderzoek blijkt dat vrouwen op het moment van scheiding vaak een grote achterstand op de arbeidsmarkt hebben en dat ook na het huwelijk de verdeling van zorgtaken in de meeste gevallen niet gelijk is. Initiatiefnemers gaan er in het initiatiefwetsvoorstel echter van uit dat de alimentatiegerechtigde binnen korte tijd na de echtscheiding weer volledig in eigen levensonderhoud kan voorzien”, legt de raad uit. Veel moeders zijn minder gaan werken en krijgen niet zomaar hun oude positie op de arbeidsmarkt terug, aldus de adviseur van de regering.

Kortom, wordt vervolgd!

alimentatie Hoorn

 

Facebooktwittermail

Dag van de scheiding

dag van de scheiding Hoorn

Dag van de scheiding

Op 15 september 1796 werd in Nederland de eerste echtscheiding geregistreerd. Tegenwoordig eindigt ongeveer één op de drie huwelijken in een scheiding. Voor samenwoners geldt ongeveer hetzelfde. Sinds 2010 wordt ieder jaar de ‘Dag van de Scheiding’ georganiseerd. Daarmee wordt aandacht gevraagd voor de maatschappelijke gevolgen van scheidingen en voor het belang van een deskundige begeleiding daarbij.

Kosteloos echtscheidingsadvies

Dit jaar vindt de dag van de scheiding plaats op vrijdag 9 september 2016. Op deze dag kunt u kosteloos kennismaken met één van onze gespecialiseerde echtscheidingsadvocaten.
Wij kunnen u antwoord geven op algemene vragen maar ook adviseren in specifieke situaties. Voorts is er aandacht voor de vraag of mediation tot de mogelijkheden behoort. Dit kan immers een goede en betaalbare mogelijkheid zijn om met respect voor ieders belangen tot een echtscheiding te komen.

 

U bent van harte welkom tussen 09:00 uur en 17.00 uur op ons kantoor aan het Breed 28 te Hoorn. Het is ook mogelijk om vooraf (telefonisch) een afspraak te maken. Uiteraard zijn wij die dag ook telefonisch bereikbaar voor uw vragen op nummer: 0229-295477.

Liever een andere dag?

Komt het u op 9 september as niet uit om contact met ons op te nemen? U kunt zich gedurende de maand september 2016 aanmelden voor een kosteloos kennismakingsgesprek van maximaal één uur met een van onze advocaten. U kunt hiervoor mailen naar info@vzbadvocaten.nl.

 

Facebooktwittermail

Afbouw partneralimentatie

Vaak wordt ons de vraag gesteld of de duur van de partneralimentatie al verkort wordt. Nee is dan het antwoord. De politiek is hiermee bezig, maar vooralsnog laat een nieuwe wet nog even op zich wachten.

Hoe zit het nu?

De alimentatieduur bij partneralimentatie is in principe twaalf jaar, tenzij het huwelijk korter dan 5 jaar heeft geduurd en uit het huwelijk geen kinderen zijn geboren.

Afbouw partneralimentatie

In de rechtspraak zie je toch al wel een verschuiving en wordt er geoordeeld dat de alimentatie afgebouwd dient te worden, waardoor de alimentatieduur niet altijd meer 12 jaren is.

Een rechter kan op verzoek  beslissen om een alimentatieplicht af te bouwen. Er zal goed onderbouwd moeten worden waarom van de alimentatiegerechtigde verwacht kan worden dat deze op termijn in zijn/haar eigen levensonderhoud kan voorzien. De stelplicht en bewijslast is zwaar. De feiten en omstandigheden zijn hierbij van groot belang. Hoe was de situatie voor het huwelijk, zijn de carrièremogelijkheden geschaad door het huwelijk, welke opleiding is genoten,  etc?

Partneralimentatie Hoorn

Rechtspraak

Het Gerechtshof  te Arnhem heeft recent geoordeeld dat de man geen twaalf jaar, maar vijf jaar alimentatie behoefde te betalen. Jaarlijks werd de alimentatie afgebouwd. De feiten waren hier dat partijen op  latere leeftijd waren gehuwd, het inkomen van de vrouw voor en na het huwelijk vrijwel gelijk was, beiden hadden een zelfstandige levensstandaard.

Gelet op alle feiten en omstandigheden was een afbouw van de partneralimentatie redelijk, aldus het Hof.

Ook het Hof Den Haag heeft recent geoordeeld dat de partneralimentatie afgebouwd mocht worden, dit gelet op de opleiding en capaciteiten. Hier werd bepaald dat de vrouw over (uiterlijk) drie jaar zich een zodanig inkomen moest kunnen verwerven dat zij, mede gelet op de welstand ten tijde van het huwelijk, alsdan volledig in haar eigen levensonderhoud moet kunnen voorzien.

Het loont dus zeker om advies te vragen of het haalbaar is om de alimentatieduur te laten verkorten.

Vragen over partneralimentatie

Vragen over partneralimentatie Hoorn? Bel voor advies 0229-295477 of mail naar info@vzbadvocaten.nl

Vragen over partneralimentatie Volendam? Bel voor advies 0229-295477 of mail naar info@vzbadvocaten.nl

advocaat alimentatie Hoorn

advocaat alimentatie Volendam

Facebooktwittermail

Partneralimentatie en grievend gedrag

Grievend gedrag alimentatiegerechtigde betekent einde alimentatie

Onlangs heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden de vraag gekregen of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake meer is van lotsverbondenheid wegens grievend gedrag van de vrouw.

Partneralimentatie Hoorn

Casus

De vrouw beschuldigde de man van het vergiftigen van hun kind. Hij wilde als gevolg van deze gedragingengeen partneralimentatie meer betalen.

Het Hof oordeelde dat de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw was geëindigd als gevolg van het gedrag van de vrouw.

Overweging Gerechtshof:

“De ingrijpende en ongefundeerde beschuldigingen van de vrouw, het permanent diskwalificerende karakter van die beschuldigingen, de lange periode dat de vrouw deze beschuldigingen uit van inmiddels vier jaren, het continueren van haar gedrag, en het beschikbaar houden van diskwalificerende informatie op social media (facebook), brengt het hof tot het oordeel dat de vrouw de in het maatschappelijk verkeer in acht te nemen zorgvuldigheid en betamelijkheid ver heeft overschreden, en wel in die mate dat die gedragingen in onderling samenhang bezien een einde hebben gemaakt aan de lotsverbondenheid van de man jegens de vrouw, die nu juist één van de voornaamste gronden is voor de alimentatieplicht. Op grond hiervan is het hof – evenals en met de rechtbank – van oordeel dat van de man in redelijkheid niet gevergd kan worden dat hij nog langer een bijdrage levert in de kosten van levensonderhoud van de vrouw omdat door het kwetsende en grievende gedrag van lotsverbondenheid geen sprake meer is.”

Zie hier voor de uitspraak van: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

 

 

Facebooktwittermail

Kinderalimentatie: werkelijke of forfaitaire woonkosten?

Is bij de berekening van de kinderalimentatie terecht uitgegaan van de forfaitaire woonkosten nu de werkelijke woonkosten aanmerkelijk lager zijn?

Het Hof Den Haag heeft hierover een beschikking gewezen en geoordeeld dat het berekenen van kinderalimentatie maatwerk blijft.

Het Hof overwoog dat, aangezien er een aanmerkelijke discrepantie was tussen de werkelijke woonkosten en de forfaitaire woonkosten, dit ten koste zou gaan van de kinderen. Het Hof is gelet hierop van oordeel dat het hanteren van het forfaitair systeem in het onderhavige geval in strijd met de uitgangspunten van de wetgever is. Er is in dit systeem gekozen voor behoefte en draagkracht op grond van de werkelijke gegevens (maatwerk).

Voor de hele uitspraak: Gerechtshof Den Haag, 13-07-2016 ECLI:NL:GHDHA:2016:2310

Facebooktwittermail

Prijzengeld Postcodeloterij valt in faillissementsboedel

M en V zijn op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. Sinds 2014 speelt V – met twee loten – in de Nationale Postcode Loterij. Zij betaalt de loten van de bankrekening die op haar naam staat. In juni 2014 wordt M failliet verklaard en maakt sindsdien gebruik van de bankrekening van V. In februari 2015 valt de Postcode Loterij-straatprijs op de loten van V, die daarmee een bedrag van € 50.000 wint. De curator in het faillissement van M verzoekt de rechtbank (1) te verklaren dat het prijzengeld in de faillissementsboedel is gevallen en (2) V te veroordelen tot het overmaken van het prijzengeld. Volgens de curator dient het gewonnen geldbedrag te worden aangemerkt als een ‘goed, voortgesproten uit belegging’ (artikel 61 lid 1 Fw) en valt het in de faillissementsboedel, aangezien V niet kan aantonen dat het geld is voortgesproten uit beleggingen van haar eigen gelden. V beroept zich op artikel 61 lid 4 Fw, op grond waarvan het voor haar mogelijk is het gewonnen prijzengeld uit het faillissement terug te nemen. Volgens V heeft zij de loten uit eigen middelen gekocht, nu zij deze heeft betaald van haar rekening die op haar naam staat. V betoogt dat zij de loten heeft gekocht na het storten van haar salaris, waardoor zij meer dan de helft heeft ingebracht op de bankrekening. Dat M sinds het faillissement ook gebruik maakt van haar rekening, is volgens V niet relevant nu zij en M niet in gemeenschap van goederen zijn getrouwd.
De rechtbank overweegt als volgt. Betaling van de inleg in een loterij geeft de deelnemer recht op een lot. Indien op dat lot een prijs valt, heeft de deelnemer recht op uitbetaling van die prijs. Dat betekent dat de prijs dan is voortgesproten uit de belegging van gelden, namelijk de aankoop van een lot. Artikel 61 lid 4 Fw is derhalve op die prijs wel van toepassing, en het is aan V om te bewijzen dat het prijsgeld aan haar toebehoort. Daarvoor zal zij moeten bewijzen (1) dat zij de eigendom van de loten heeft verkregen, alsmede (2) dat zij de loten voor meer dan de helft met eigen middelen heeft gefinancierd. V stelt dat, omdat de bankrekening op haar naam staat, het geld op deze bankrekening ook als haar ‘eigen middelen’ moet worden beschouwd. De rechtbank volgt die stelling niet. De tenaamstelling van een bankrekening geeft weliswaar aan wie ten opzichte van de bank gerechtigd is om over een saldo te beschikken, maar bepaalt niet wie in onderliggende verhoudingen tot het saldo gerechtigd is. Dat de bankrekening op naam van V staat, brengt dus niet automatisch met zich dat het geld op de bankrekening volledig aan haar toekomt en dat van goederen die met dit geld worden gekocht ook kan worden gezegd dat deze met haar middelen zijn betaald. De omstandigheid dat V ook al loten kocht van deze rekening voordat deze gezamenlijk werd gebruikt en dat zij het geld voor de loten ook zelfstandig kan voldoen, is evenmin relevant. Beoordeeld dient te worden of de loten waarmee de prijs is gewonnen, door V voor meer dan de helft met eigen middelen zijn betaald.
Zowel het salaris van M als dat van V werden vanaf de datum van het faillissement op de bankrekening gestort. Vanaf dat moment was dit de enige rekening die door M en V werd gebruikt. Zij gebruikten de rekening vanaf dat moment dus gezamenlijk. Het gevolg hiervan is dat vermenging is opgetreden en dat een gemeenschap moet worden aangenomen waartoe M en V zijn gerechtigd overeenkomstig hun aandeel in het tegoed. Voor het bepalen van het aandeel van V in het tegoed, is van belang (1) wat het saldo van de rekening was toen zij en M de rekening gezamenlijk gingen gebruiken en (2) met welke bedragen zij en M de rekening vanaf dat moment hebben gevoed. Hieruit volgt dat het aandeel van V niet kan worden vastgesteld aan de hand van de laatste bijstortingen, zonder naar eerdere mutaties te kijken. Het is bij gezamenlijk gebruik van een rekening niet zo dat degene die als laatste heeft gestort, een vervolgens met geld van die rekening gekocht goed ook voor meer dan de helft uit eigen middelen heeft betaald. Om aan te nemen dat V de loten voor meer dan de helft met eigen middelen heeft betaald, dient V aan te tonen dat zij vanaf het moment van gezamenlijk gebruik méér op de rekening heeft ingebracht dan M. Dit heeft V nagelaten. Dat leidt tot de conclusie dat V er niet in is geslaagd te bewijzen dat het prijzengeld moet worden aangemerkt als een goed dat is voortgesproten uit de belegging van aan haar toebehorende gelden. Nu dit een dwingende voorwaarde betreft om goederen terug te kunnen nemen uit het faillissement, moet worden aangenomen dat het prijzengeld in het faillissement van M valt. De rechtbank wijst de vorderingen van de curator toe.
Volledig uitspraak: klik hier

Facebooktwittermail

Hoge schulden en kinderalimentatie

De rechtbank ziet in de hoge schuldenlast van de man waarop hij al langdurig aflost en waardoor hij al geruime tijd moet rondkomen van € 60,00 per week aanleiding om vooruitlopend op het traject van vrijwillige schuldhulpverlening de kinderbijdrage op nihil te stellen

Voor de volledige uitspraak: klik hier

advocaat kinderalimentatie Hoorn, Zwaag

advocaat kinderalimentatie Enkhuizen, Bovenkarspel

advocaat kinderalimentatie Volendam

Facebooktwittermail