Behoefte aan partneralimentatie?

Wanneer is er behoefte aan partneralimentatie. Het Hof Den Haag heeft hier een lezenswaardige uitspraak over gedaan.

Gerechtshof Den Haag 27 september 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:2859

Hoofdregel is dat ieder in zijn eigen levensonderhoud voorziet

Het huwelijk tussen M en V is in 2017 door echtscheiding ontbonden. De rechtbank heeft de door M aan V te betalen partneralimentatie met ingang van 10 februari 2017 vastgesteld op € 4.875 per maand, welk bedrag na vijf jaar op nihil wordt gesteld. Zowel M als V gaan in hoger beroep.

V verzoekt het hof de door M te betalen partneralimentatie vast te stellen op € 13.142 bruto per maand voor een periode van 12 jaar. M verzoekt het hof de door hem te betalen partneralimentatie met ingang van 1 juli 2019 op nihil te bepalen.

Het hof overweegt als volgt. V heeft de studies Geneeskunde en Beleids- en bestuurswetenschappen beide cum laude afgerond. Na haar studies is zij in 1996 gepromoveerd en heeft zij acht jaar gewerkt als universitair hoofddocent, in welke periode zij 75 (internationale) publicaties op haar naam heeft gezet en meerdere promovendi heeft begeleid. Daarnaast heeft zij de Nederlandse volksgezondheidsprijs gewonnen. Vanaf 2005 is V als bestuurder in de gezondheidszorg werkzaam. Voor het werk van M zijn partijen verhuisd naar Canada, waarvoor V haar baan als directeur heeft opgegeven. V heeft toen twee jaar niet in Nederland gewoond, maar nog wel werkzaamheden verricht voor de onderneming van M. Inmiddels woont V al weer drie jaar in Nederland en is zij werkzaam bij een onderzoeksinstituut. Sinds haar indiensttreding in 2014 is haar inkomen aanzienlijk gestegen. Inmiddels heeft zij een inkomen van € 81.472 bruto per jaar. Weliswaar stelt V dat zij thans niet verder kan groeien in salaris, maar gezien haar uitstekende curriculum vitae en haar netwerk is het hof op dat punt een andere visie toegedaan.
Naar het oordeel van het hof zijn de opleidingsmogelijkheden van V en haar kansen op de arbeidsmarkt, ondanks haar verblijf in Canada en haar inkomensdaling, niet negatief beïnvloed door het huwelijk. Het hof verwacht dan ook dat de verdiencapaciteit van V binnen drie jaar na heden aldus zal zijn dat zij in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Daarbij gaat het hof ervan uit dat het inkomen van V, zo nodig in een andere baan, in de toekomst nog zal stijgen.

Anders dan V meent, is geen sprake van een recht op alimentatie gedurende 12 jaar, maar kan er slechts een aanspraak zijn op alimentatie indien sprake is van behoefte aan de zijde van de alimentatiegerechtigde en draagkracht aan de zijde van de alimentatieplichtige. Het hof gaat ervan uit dat V zich zal inspannen haar inkomen de komende drie jaar op een zodanig niveau te brengen dat zij daardoor over drie jaar in haar eigen behoefte kan voorzien.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt de door M te betalen partneralimentatie met ingang van 10 februari 2017 op € 4.875 per maand en met ingang van 27 september 2020 op nihil.

Facebooktwittermail