Ongeval brommer en fietser, wie is aansprakelijk?

Scooterrijder valt omdat fietser geen voorrang verleent, wie is aansprakelijk?

schade ongeval scooter
ongeval scooter

Casus

Een scooterrijder valt en breekt haar enkel omdat zij plots moest remmen om een fietser te ontwijken. De fietser gaf  geen voorrang en reed ook nog eens onverlicht rond. Is de fietser volledig aansprakelijk voor de schade van de scooterrijdster?

 

De scooterrijder vindt van wel en stelt de fietser aansprakelijk voor de geleden schade en vordert  volledige vergoeding van haar schade.

De scooterrijdster baseert haar vordering op grond van het onrechtmatige daad-artikel 6:162 BW. Zij vindt dat de fietser onrechtmatig heeft gehandeld omdat hij geen voorrang heeft verleend.

Uitspraak rechter

Normaliter geldt bij dit soort situaties artikel 185 Wegenverkeerswet. Omdat de scooterrijdster, als gemotoriseerde verkeersdeelnemer, schadevergoeding vordert van de fietser die natuurlijk ongemotoriseerd was, moet een ander echter beoordeeld worden aan de hand van artikel 6:162 BW, waarbij geldt dat artikel 185 WVW wel reflexwerking heeft. Dit houdt in, dat bij een aanrijding tussen een motorrijtuig en een fietser waarbij schade wordt toegebracht aan de bestuurder van het motorrijtuig of aan het motorrijtuig zelf, de schade, óók als de fietser schuld heeft aan de aanrijding, in beginsel voor een gedeelte voor rekening blijft van de eigenaar van het motorrijtuig, behalve als er sprake is van overmacht aan de zijde van de gemotoriseerde. De scooterrijdster is van mening dat er sprake is van overmacht.

Volgens vaste jurisprudentie slaagt een beroep op overmacht alleen als aan de bestuurder van het motorvoertuig rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt van de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen. De fouten moeten voor de bestuurder zo onwaarschijnlijk zijn dat hij bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met die mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening behoefde te houden. Hiervan wordt niet snel uitgegaan.

De rechter oordeelt ook niet dat er sprake was van overmacht. Het niet verlenen van voorrang is immers niet een zo onwaarschijnlijke fout dat de scooterrijdster daarmee bij het bepalen van haar verkeersgedrag in redelijkheid geen rekening hoefde te houden. Zij had bijvoorbeeld haar snelheid  moeten minderen, zodat zij haar scooter tijdig en zonder te vallen tot stilstand had kunnen brengen.

Aangezien een beroep op overmacht niet slaagt zal vervolgens beoordeeld moeten worden voor welk deel de vordering van de scooterrijdster toewijsbaar.Het gaat dan om de vraag in welke mate enerzijds het weggedrag van de fietser en anderzijds de manier van rijden door de scooterrijdster aan het ontstaan van het ongeval hebben bijgedragen.

De rechter heeft geoordeeld dat het niet verlenen van voorrang door de fietser, door een stopbord te negeren, zwaar weegt. Zijn fiets was ook niet verlicht, hetgeen heeft bijgedragen aan het ongeval. De rechter oordeelde dat de fout(en) van de fietser voor 90% aan het ontstaan van de schade hebben bijgedragen. De fietser moet dus 90% van de schade van de scooterrijdster betalen en kan maar 10% van zijn eigen schade bij verzekeraar van de scooterrijder indienen.

Zelf letselschade?

Heeft u zelf letselschade opgelopen na een ongeval en wilt u weten of u in aanmerking komt voor een schadevergoeding? Neem dan vrijblijvend contact op met mr. L. Bosch op Bosch@vzbadvocaten.nl of op 0229-295477.

Gratis informatie over schade na ongeval

letselschade advocaat Hoorn

letselschade advocaat Volendam

letselschade advocaat Wognum

Facebooktwittermail