Ontzeggen omgang tussen vader en zijn kind

Op 12 februari 2016 heeft de Rechtbank Overijssel een bijzondere uitspraak gewezen over het stopzetten van omgang tussen vader en zoon, op verzoek van het kind zelf.

In deze zaak wilde het kind geen omgangsregeling meer met zijn vader, omdat zijn vader steeds vreemdgaat.  Het kind kan er niet meer tegen dat vader steeds liegt en bedriegt. Hij wil zijn vader gelet hierop niet meer zien.

Recht op omgang

Ingevolge artikel 1:377a lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) heeft het kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind.

Lid 2 van voormeld artikel bepaalt dat de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vaststelt dan wel ontzegt, al dan niet voor bepaalde tijd.

Ontzeggen omgang

Vervolgens bepaalt lid 3 van voormeld artikel dat de rechter het recht op omgang slechts ontzegt, indien:

  1. omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
  2. de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
  3. het kind dat twaalf jaar of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of
  4. omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Het bepaalde in artikel 1:377a BW ziet op de situatie waarin een ouder vaststelling of wijziging van omgang verzoekt met betrekking tot een minderjarig kind. In dergelijke procedures is nagenoeg altijd de andere ouder de wederpartij. Het kind is belanghebbende en als het kind twaalf jaar of ouder is wordt het in die procedure in de gelegenheid gesteld zijn of haar standpunt aan de rechter kenbaar te maken in een gesprek of door een brief.

Uitspraak

De kinderrechter ontzegt, op verzoek van de minderjarige, de vader het recht op omgang. De vader stelt zijn eigen belang voorop. De minderjarige heeft het vertrouwen in de vader verloren en wil geen omgang. Hij is consistent in zijn mening.

Lees hier de hele uitspraak: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2016:1481

advocaat omgang Hoorn

advocaat omgang Volendam

advocaat omgang Alkmaar

advocaat omgang Enkhuizen

Facebooktwittermail